Gifgroen

 

Ik vertrouw het woord 'groen' niet meer. Ik bedoel, vroeger was het gewoon een kleur: groen als gras, appeltjesgroen, legergroen, babypoepgroen.

Je kon ook groen zijn; onervaren, ongekust, pril.

Maar mijn hersens hebben een andere associatie ontwikkeld. Er is een groene vijver waarin niet alleen kroos drijft, maar ook woorden die zo vaak gebruikt worden dat ze me steeds vaker schel in de oren klinken: biologisch, eco, fairtrade en vooral het woord duurzaam. Ieuw.

Ooit waren het mooie woorden, die zicht boden op een betere wereld, waarin geen plastic tasjes rondzwierven en de energie uit windmolens kwam.

Echter, de feiten: jarenlang kochten we energie bij 'GroeneKeuze', maar die bleek niet zo groen te zijn als de naam deed vermoeden (inmiddels lijkt dit aangepast, waarschijnlijk dankzij de twijfelachtige geluiden die de ronde deden). Het biologisch vlees wat we kopen, mag zo heten omdat tenminste 60% van het gekochte vlees uit biologisch gefokte dieren bestaat (snap jij het nog?).

 

Vandaag zei iemand tegen me: 'Wanneer ik uit eten ga, wordt bij alles wat ik eet of drink een stickertje geplakt, of het nou fairtrade, ecologisch, vegan, suikervrij, of, niet te vergeten, lokaal is. En het is zo. De koeien lijken het groenere gras van ons buurland te hebben geproefd, we laten ons een prachtige, biologische Portugese wijn inschenken, en de mayonaise is, jawel, huisgemaakt. Bij het dessert wordt wat minder verteld, maar hey, toetje nummer 3 is glutenvrij!  We gieten de geruststelling met het goededoelenwater mee naar binnen.

 

Maar wat die labels in het grotere geheel met me doen, is het tegenovergestelde van wat men beoogt. Ik word er ongerust van. Door te weten hoeveel labels er bestaan, ben ik mij bewust van welke labels níét op het aangeschafte artikel geplakt zijn.

Ik heb kinderen op de wereld gezet. Ik wil de wereld mooier maken, in elk geval niet lelijker maken dan hij is. Maar ik maak me ongerust.

 

Ik voel me schuldig over teveel verpakkingen, dierlijke producten, niet-biologisch, niet aanwijsbaar fairtrade geproduceerd, spullen kopen die ik niet nodig heb.. (het lijstje is lang niet af.)

Ik kan proberen een zelfvoorzienend huishouden te gaan runnen, maar ik schat in dat mijn gezin hier niet gladjes mee instemt en dat ik dat bovendien niet ga redden, binnen de westerse maatschappij om me heen.

 

Merk je tussen de regels door het geploeter op? Al dat schuldig voelen zorgt ook alleen maar voor een belemmering.

Dus ik besluit: sommige dingen zijn vanzelfsprekend geworden, zoals afval scheiden, kleding zoveel mogelijk tweedehands en weinig tot geen vlees eten. Dit alles in onderdeel van een proces. En de lijst van vanzelfsprekende dingen wordt groter, dat gaat de goeie kant op. De kinderen worden in dit kader opgevoed, in bewustwording van het grote geheel dat Aarde heet.

 

Ik wil niet dat 'Groen en duurzaam' onze lifestyle wordt. Want duurzaamheid is geen lifestyle, maar noodzaak. Ik wil wél graag dat 'Genieten' mijn manier van leven wordt.

 En volgens mij kunnen die lifestyle en noodzaak prima samen. Lukt het bij jou?

 

2 Berichten